Upwind 360
Voorbereiding:
Zoals zo vaak: zorg dat je deze move eerst lowwind kan. Probeer hem maar eens met beide voeten achter de mast gedurende de move. Een plank van rond de 100 liter, een zeiltje rond de 5.8, vlak water, goede snelheid, maar niet te veel druk in het zeil maken de kans van slagen groter.
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
| Halve wind, goede snelheid, niet te veel druk in het zeil en uithaken. Hou de voeten in de voetbanden, dat is de core van deze trick!! Handen iets verder uit elkaar dan normaal. | Radicaal oploeven, dus zeil naar achter. Druk de loef kant van de plank in het water. Meeste druk op de achterste voet. Hang ver naar buiten. Hou je zeil aangetrokken, om snelheid te houden en beter te kunnen oploeven | Hoe verder je plank tegen de wind in stuurt, hoe winder druk je in je zeil hebt, dus hoe minder ver je naar buiten kan hangen. Hang je te ver naar buiten, dan val je naar achter. Oversheet je zeil (over de achterkant van de plank) om het laatste beetje tegen de wind in te carven. | Is je plank tegen de wind in gedraaid, dan moet je je gewicht naar voor verplaatsen, anders zinkt de tail weg. Blijf de plank doorsturen. Ben je door de wind, breng dan je zeil naar de voorkant van de plank, door je mastarm te strekken. Eerst je zeil naar voor(zonder druk in het zeil), dan tegen de zeilhand drukken, zodat de wind aan de andere kant in je zeil komt. | De key van deze trick is om zo veel mogelijk op de mastvoet te duwen/ leunen(gewicht op de tenen). Draait je plank niet door de wind, dan is je zeil niet ver genoeg naar voor (drukpunt in zeil, moet voor de mastvoet komen). Val je naar achter, dan heb je niet genoeg gedrukt op je mastvoet. Zolang je back wind staat (wind aan de verkeerde kant in je zeil) leun je naar voor. | Blijf naar voor op de mastvoet duwen. Mastarm gestrekt, zeilarm gebogen | Is je plank ruime tot voor de wind, dan wordt het tijd om de wind weer van de "goede" kant in je zeil te laten komen. Dit doe je door je masthand naar je toe te brengen, en je zeilhand weg te duwen. Je staat niet meer backwind, dus je hoeft niet meer naar voor te leunen. Nu is je gewicht weer op je achterste been, om de plank sneller te laten draaien. Ga door je knieën, om niet over je zeil getrokken te worden. | En in de voetbanden weer wegvaren. |