Foto's moeten nog komen. Elke "kleur-tekst" staat voor 1 foto.
Forward loop.
Iedereen die er wel eens over gedacht heeft om hem in te zetten, weet hoe het moet. Golf van een metertje, ietsje ruime wind aan varen, springen, in de lucht met je plank afvallen, door achterste been in te trekken, daarna achterste arm aantrekken en voorste strekken. Kijk over je schouder naar de landingsplaats, en rond ben je.....Je weet het, maar waarom heb je het dan niet gedaan (of ben je gestopt na 3 pogingen)???? Het antwoord is: een gezond portie angst. En daar gaan we wat aan doen. We gaan werken aan gewenning! De eerste keer dat je een loop maakt kan je alles nog niet technisch juist uitvoeren. We gaan dat nu langzaam aan leren, zonder afgestraft te worden met een vette crash.
Oefening 1
1) Perfect op een dag dat het toch effe wat minder waaide dan je dacht, of
zo'n dag dat de wind afneemt. Met een plank van 100 liter of minder, en
een zeil van 5.8 of kleiner. Niet planerend.
2) Vaar ruime wind.
3) Handen iets verder naar achter op de giek, en haak
uit.
4) Voorste voet voor de mast.
5) Mast rechtop, Strek
je voorste hand nog meer naar voor en laat hem los.
Trek tegelijkertijd je achterste hand naar je toe.
Je mast knalt in het water, probeer je zeil
omgedraaid in het water te laten komen door je zeilhand goed naar je toe
te trekken.
Doe dit een aantal maal.
Oefening 2
Zelfde windstrekte, zelfde plank,zelfde zeil. Nog steeds niet planeren.
1) Vaar ruime wind.
2) Handen iets verder naar achter op de giek, en haak uit.
3) Voorste voet voor de mast.
4) Hoe je mast goed rechtop.
Trek je achterste been in, strek je voorste hand nog meer naar voor,
trek je achterste hand aan.
Met je zeil duik je nu het gat in tussen plank en mast. Kijk over je achterste
schouder. Let er op dat je niet teveel springt, maar laat het zeil het
werk doen. Dus zeil eerst, daarna jij. (Door eerst zelf te springen en zo je
zeil mee te nemen in de rotatie kil je de rotatie, nu is het geen probleem, maar
als we echt gaan springen wel). Dus goed je voorste arm strekken, en je
achterste arm naar je toe trekken.
5) Je komt op je rug in het water, het zeil boven je, hou
je handen aan de giek, zwem ietsje verder
en maak een waterstart.
6) Doe dit 20 keer, tot je geen angst mee hebt, en je niet meer teveel na
hoeft te denken.
Oefening 3
1) Idem als oefening 2, maar nu licht planerend.
2) Dus goed ruim varen, voeten uit de voetbanden, voorste voet voor de mastvoet
en 1.....2.....DRAAIEN!!!!
3) Steeds met iets meer snelheid, tot je een snelheid hebt waarbij je eventueel
zou kunnen springen
Oefening 4
1) Idem als oefening 3, maar nu vanuit de voetbanden springen.
2) Vaar met een goede planeer snelheid diep ruime wind,
handen iets verder naar achter, mast goed rechtop, haak uit, hou je voeten in de
voetbanden!!!
3) Voorste arm strekken, achterste arm aantrekken,
tijdens de rotatie over je achterste schouder kijken.
Op het moment dat je gaat roteren laat je je voeten uit de voetbanden glippen.
Dus je roteert nog steeds alleen met je zeil.
Oefening 5.
1) Idem als oefening 4,maar nu met een sprongetje en voeten in de voetbanden
houden.
2) Vaar met een goede planeer snelheid diep ruime wind,
handen iets verder naar achter, mast goed rechtop, haak uit, hou je voeten in de
voetbanden!!!
3)Surf zo ruim dat je op de achterkant van een golf kan springen(op binnenwater,
heb je een swelletje dan surf je zo ruim dat er nog net over kan springen).
Concentreer je niet teveel op de sprong, hoogte is niet nodig, het belangrijkste
is dat je eerst je achterste voet goed intrekt, en daarna gaat roteren... .
Hoogte in de sprong heb je echt niet nodig, dat heb je bij oefening
4 gezien. Daar roteerde je 270 graden rond zonder hoogte!!! En je weet dat als
je maar meer dan 180 graden roteert, het nooit pijn kan doen!!! Wel belangrijk
bij de sprong is dat je naar voor gaat hangen in de lucht. Dus je mast moet
rechtop staan in de lucht, en niet zoals bij een "normale"sprong schuin naar
achter zijn.
Dus:
-Op de achterkant van een golf springen. RECHTOP!!
-Achterste voet intrekken
-Voorste arm strekken, achterste aantrekken
-Over achterste schouder kijken.
Doe deze oefening veel!!! Langzaam kan je aan meer dingen gaan denken.
-Ga steeds meer halve wind springen. Dit betekent dat je in de lucht moet afvallen (een loop roteer je voor de wind, niet halve wind). Afvallen door je achterste voet in te trekken.
-hoger springen natuurlijk.
Dan nog een volledige sequence van een echte loop.
Fouten:
voeten komen uit de voetbanden: je trekt eerst je achterste hand aan ipv eerst je achterste been in
je roteert niet: de mast staat niet genoeg rechtop, je strekt je voorste arm niet genoeg, trekt je achterste arm niet genoeg aan, je spring teveel zelf (laat het zeil het werk doen). Wat ook vaak helpt is je achterste hand wat verder naar achter pakken op de giek.
Volcano,
1) beide handen in de bovengreep op de giek, voorste hand dicht bij de mast, zoek een (wind) golfje iets upwind, haak uit.
2) Ga voor de golf diep door je knieën
3) Strek je benen explosief om hoog te springen. Tegelijk draai je je hoofd naar achter, hierdoor zal je romp mee draaien.
4) Op het moment dat je loskomt trek je je achterste been extreem in, de neus van de plank moet in het water steken. Duw ook je zeil hand af van de giek, om jezelf nog een extra draai in impuls te geven.
5) Pak over naar de andere kant van de giek. Probeer door je hoofd en lichaam te draaien je plank te draaien. Maar dit is genoeg voor zo'n 100 graden rotatie. De rest van de 180 moet je doen met je achterste been. Gooi je achterste been achter de voorste langs naar achter.
6) Breng in de lucht de mast in de richting waar je vandaan kwam. Hang ook je gewicht in deze richting. Alleen zo kan je voorkomen dat je met de landing achter over valt. De meeste mensen hebben hier wel 100 x oefenen voor nodig voor dat lukt, dus geef de moed niet te snel op!!! Pak met je oude masthand zo snel mogelijk de nieuwe kant van de giek, voor stabiliteit.
7) Bij de landing mast naar waar je vandaan kwam, gewicht naar voor, neus naar de neus van de plank brengen.
8) Zeil naar voor en achterste hand aantrekken.
9) Op het moment dat je stabiel staat kan je je voeten uit de voetbanden halen.