Efficient
de wind gebruiken.
Je bent wel eens in plané
geweest. Je hebt zelfs in de voetbanden gestaan, maar het lijkt alsof het bij
andere windsurfers veel makkelijker gaat. Ze varen met een kleiner zeil,
kleinere plank en planeren nog steeds eerder!!! Het draait allemaal om efficiëntie!!!
Tijd om eens even naar de
techniek te kijken!!!
| 6 | 5 | 4 | 3 | 2 | 1 | 0 |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
| Eenmaal ingehaakt strek je je armen langzaam en breng je je gewicht over op het trapeze touwtje. | Aan het einde van de pompbeweging is je lichaam bijna gestrekt. Je armen zijn krom, waardoor je de trapeze kan inhaken. |
Tegelijkertijd strek je je lichaam. Je voorste been strekt zich uit en duwt je plank naar voor, over het water. Je heup komt naar voor.
|
Dit is makkelijker gezegd dan gedaan. Je moet het een aantal keren doen voor je voelt op welke manier je het meeste druk in het zeil opbouwt. |
Daar komt de wind!!! Je voelt wat druk in je zeil. We gaan proberen die druk in het zeil om te zetten in versnelling van het board. We gaan een pompbeweging maken. Trek je zeil tegelijkertijd naar je toe en dicht.
|
Uitgangs positie: Koers: Ruime wind. Omdat je op deze koers het snelst in plané kan komen. Voeten: Je voorste voet staat net achter de mastvoet, de achterste net achter de voorste voetband. Handen: Iets verder uit elkaar dan normaal. Zeil:Ver naar voor, dit zorgt voor meer druk op de neus van de plank, waardoor de plank vlakker in het water blijft liggen. Je kan zo ook meer wind vangen. Het zeil is ook een beetje open (zodat je de wind goed in je zeil kan voelen). Armen: Gestrekt (om het zeil ver naar voor te kunnen brengen). Niet in de trapeze dus. Lichaam: Laag, voor betere balans en je bent zo ook sterker. Achterste been is gebogen, voorste gestrekt om de druk van het zeil om te kunnen zetten in snelheid van het board. Gewicht op de voorste voet om de plank vlak in het water te houden. |
De fouten. Trapeze ingehaakt. Hierdoor vang je weinig wind als je niet planeert. Armen gebogen. Hierdoor vang je weinig wind als je niet planeert. Lichaam open gedraaid; haaks op de plank. Als je heupen en schouders haaks op de plank staan is het lastig om je zeil dicht te treken. Zeil open. Hierdoor vang je weinig wind. Gewicht op het achterste been, of erger nog; niet planerend in de voetbanden staan!! Hierdoor zinkt de achter kant van de plank, wat meer weerstand veroorzaakt.
De Oplossing: Probeer de plank zo vlak mogelijk in het water te houden. Dit zorgt voor minder weerstand. Met het zeil gaan we proberen zo veel mogelijk wind te vangen! Dus: |
We planeren.
Nu is het zaak om in deze
minimale wind te blijven planeren!!!
Hou je zeil, lichaam en plank
zo stil mogelijk. Op deze manier kan er geen wind verloren gaan in je zeil en
veroorzaak je geen extra weerstand met je plank. Belangrijk is ook dat je
lichaam parallel aan de plank houdt. Op deze manier is het het makkelijkst om je
zeil dicht te houden. De koers is nog steeds ietsje ruime wind en het gewicht is
nog steeds op je voorste been en mastvoet (druk op je voorste hand).
Maar we willen meer;
voetbanden!!
De fouten.
Plank loeft op, tijdens of nadat de voorste voet in de voetband gaat.
Oorzaak is dat je het zeil te veel richting de achterkant van de plank brengt
(=oploeven).
De plank remt af. Oorzaak is dat je teveel druk op de achterkant van de
plank hebt of je zeil te veel opent.
De oplossing.
Het komt weer op hetzelfde neer. Plank vlak houden en druk in het zeil houden.
Voordat je de voorste voet
optilt, breng je je gewicht over van je benen naar je handen en trapeze
koortjes. Zo laat je de achterste voet onbelast als je de voorste optilt en
blijft je plank dus vlak in het water. Nu je geen gewicht meer op je voorste
voet hebt kan je hem rustig optillen en in voetband zetten.
Eenmaal in de voorste voetband,
gebruik hem dan ook!!! Dus voorste been weer belasten en uitstrekken.
Je achterste voet staat tussen
de voorste en achterste voetband in. Blijf alert. Kijk naar het water voor
vlakke gedeeltes, windvlagen en gaten. Op tijd anticiperen is belangrijk. Minder
wind; iets ruimere koers aannemen en wat meer rechtop staan met meer druk om de
mastvoet. Meer wind, dan kan je wat oploeven en wat verder uit gaan hangen. Hou
je zeil ten alle tijden dicht en stil. Heb je genoeg wind, dan kan je in de
achterste voetband gaan. Ook hier gelden dezelfde wetten. Als je voorgaande goed
gelezen hebt is dat dus een fluitje van een cent!!